Hoe werkt een IVF-behandeling?
Bij IVF worden de vrouwelijke eicellen in het IVF-laboratorium samengebracht in een speciale voedingsoplossing. Het sperma dringt op eigen kracht de eitjes binnen en bevrucht ze. Het is wel belangrijk dat de kwaliteit van het sperma zeer hoog is, zodat een onafhankelijke bevruchting van de eicellen gegarandeerd is.
De kans op succes neemt bij een IVF-behandeling duidelijk toe wanneer er meerdere eicellen tegelijkertijd tot rijping kunnen worden gebracht. De uitrijping van meerdere eicellen wordt gestimuleerd door middel van een hormoonbehandeling. Voor een optimale IVF behandeling streven we naar de groei van 10-15 eicellen tegelijkertijd.
Wanneer het niet mogelijk is om 10-15 eicellen te laten uitrijpen, bijvoorbeeld door een beperkte eicelreserve, dan kunnen IVF-cycli ook met minder eicellen worden uitgevoerd. Dit heeft invloed op de slagingskans van een behandeling.
2. Eicellen worden weggenomen en voorbereid
Zodra de eicellen rijp zijn, neemt de arts ze met een naald onder echogeleiding uit de eierstokken weg. Deze ingreep wordt follikelpunctie genoemd. Een follikelpunctie duurt over het algemeen slechts enkele minuten. Tijdens deze ingreep bestaat de mogelijkheid om via een infuus extra pijnstilling te krijgen. Door middel van deze aanvullende pijnstilling is een follikelpunctie voor de meeste vrouwen goed te verdragen. De weggenomen eicellen worden daarna in het laboratorium voorbereid op de bevruchting.
Voorafgaand aan de punctie zal de partner zijn zaadcellen afstaan waarna deze in het laboratorium opgewerkt worden. Daarbij worden de beweeglijke van de onbeweeglijke en dode zaadcellen gescheiden. Als de partner geen levensvatbare zaadcellen heeft, is er een mogelijkheid om gebruik te maken van donorzaad van een donor uit een spermabank of van een donor uit uw eigen kring.
In het laboratorium worden de opgewerkte zaadcellen met de eicellen samengebracht. Bij een IVF behandeling zullen de zaadcellen zelfstandig en zonder verdere ondersteuning de eicellen bevruchten. Op de dag na de follikelpunctie wordt gecontroleerd of de eicellen bevrucht zijn. De bevruchte eicellen ontwikkelen zich tot embryo’s die vijf dagen in een gekweekt worden in het laboratorium.
Op de dag van de embryotransfer plaatst de arts onder echogeleide een embryo in de baarmoederholte. Dat doet de arts met behulp van een katheter van zachte kunststof. De terugplaatsing van een embryo is pijnloos en duurt slechts enkele minuten. Het embryo kan zich nu in het baarmoederslijmvlies innestelen en zich daar verder ontwikkelen.
Uit een zwangerschapstest, die ongeveer twee weken na de ingreep wordt uitgevoerd, blijkt of de embryotransfer daadwerkelijk gelukt is.